09-10-2008
Netnietbook
De eMate was een stom, achterlijk apparaat met een veel te klein scherm, veel te weinig RAM, veel te dure uitbreidingskaarten, een veel te langzame processor en geen enkele normale aansluitingspoort. En ik mis hem, dat vederlichte groene gedrocht met zijn piepende inverter voor de schermverlichting en zijn twintig uur batterijtijd. Ik zat een keer in het vliegtuig naar New York toen de frêle stewardess van Singapore Airlines over me heen boog en lispelde ‘That’s a nice little laptop’. (Ik heb het vast al eerder beschreven, maar de scène is te mooi om niet voortdurend aan te halen.)
OLPC, het initiatief van Nicolas Negroponte om elk kind op de wereld een notebook te geven die onafhankelijk van het elektriciteitsnet kan werken, op open source software draait en die een netwerk kan vormen door alle laptops zonder accespoints met elkaar te verbinden (een mesh-netwerk), leverde een onverwachte reactie op. In plaats van wereldwijd enthousiasme gingen multinationals als jengelende kinderen dwarsliggen. Intel begon zelfs met de XO te concurreren door de ClassMate te introduceren en Microsoft begon ook te steigeren. Een notebook waaraan niets valt te verdienen, quelle horreur!
En vanuit China zwol een stroom mini-notebooks aan, met mini-specificaties en mini-prijsjes. Blijkbaar is er behoefte aan. De opkomst van deze zogeheten netbooks is zo opvallend dat een site opmerkte dat de Wet van Moore voor het eerst niet meer opgaat. Mensen kiezen opeens voor eenvoudiger apparaten met minder mogelijkheden. Gelukkig lijkt de Wet van Moore toch te gelden. Elk nieuw model mini-notebook biedt namelijk voor minder of hetzelfde geld meer rekenkracht, meer opslagruimte en een groter scherm.
Ik wil er graag een hebben. Voor driehonderd euro een vederlichte notebook waarmee ik kan schrijven, e-mailen, beetje surfen: niet verkeerd. Regelmatige lezers weten dat ik geen voorloper ben in de parade van technologische vernieuwing, dus ik ben nog niet tot aankoop overgegaan. Dat heeft overigens niets met het besturingssysteem te maken. Op de meeste van die apparaten staat een verschijningsvorm van Linux. Linux blijkt een verzamelnaam voor allerlei besturingssystemen die in kleine, grote en reusachtige details verschillen: SUSE, Red Hat, Fedora, Ubuntu... Het zal me worst wezen. Ik zou zo’n ding als een iPod zien en daarvan ga je ook niet elke twee maanden de firmware (het besturingssysteem) veranderen. Gewoon OpenOffice erop, FireFox en klaar. Ik wíl zo'n ding ook als een iPod zien, omdat ik op die twintig uur batterijtijd sta. Daarvoor accepteerde ik NewtonOS ook. Ik heb enorme sympathie voor Linux. Ik host mijn sites zoveel mogelijk bij bedrijven die met Linux-servers werken en iedere keer als iemand Linux geïnstalleerd heeft op een iPod, een XBox, een TomTom of een magnetron, steek ik een kaarsje op voor Linus Torwald, de Steve Jobs van Linux.
Andy Tung, woordvoerder in de VS van MSI, die de Wind netbook maakt, ontdekte echter dat Linux voor veel mensen wel een probleem is. Als er Linux op het apparaat is geïnstalleerd, brengen vier keer zoveel mensen hem terug. Linux? Daar kunnen ze niets mee. Dat snappen ze niet. En als ze het niet meteen snappen, hoeven ze het niet.
Ik vraag me af hoeveel switchers hun Mac terugbrengen omdat ze het besturingssysteem niet snappen. Ze bestaan, want daardoor kon ik in 2006 een drie weken oude MacBook voor tweederde van de prijs kopen. Ik denk dat het er niet veel zijn. De opmerking van Andy Tung dat MSI overweegt Ubuntu Linux op de Wind te zetten is veelzeggend: ‘We have discussed Ubuntu with a Mac OS type of look and feel’. OS X is gewoon de standaard voor gebruiksgemak. Microsoft mag zich zorgen maken. En de vrijwilligers die Linux onderhouden ook, voorlopig.
Een mini-notebook van driehonderd euro met het gebruiksgemak van een Mac. Wat kan daar nog tegenop? Een mini-notebook van Apple. Maar dan wel met twintig uur batterijtijd.
|