04-06-2009
Ik haat iBooks
Als je me tegenkomt terwijl je in de trein op je iBookje zit te werken, berg je dan maar, want de kans is groot dat ik dat witte kreng vermorzel. Ik haat iBooks. Als ik er één zie, krijg ik al braakneigingen. Met dat stomme lampje aan de connector van de adapter. Met die aanstellerige metalen sierrandjes. Met dat achterlijke grendeltje aan de voorkant. Met dat debiele matte 1024x768 scherm. Met dat idiote toetsenbord dat je moet losklikken om het RAM uit te breiden. Met die bizarre 74 schroefjes in zeven verschillende maten die je moet losdraaien om de harde schijf te vervangen waarvan je er altijd minstens drie overhoudt als je klaar bent.
Het is dus weer zover: de derde iBook op rij die kapot gaat. Nee, het was geen nieuwe, maar ik was gewend dat je jarenlang plezier had van een tweedehands Mac. Dat is blijkbaar voorbij.
De eerste, een 700 MHz G3, twee maanden oud, laadde nooit zijn accu op, ook niet na vervanging van het moederbord. Na twee jaar ging de harde schijf kapot. Na vier jaar ging het moederbord weer stuk.
De tweede, een 933 MHz G4, drie jaar oud, ging na elf maanden stuk: moederbord kapot.
De derde, een 1,33 GHz G4, drie jaar oud, gaf na een week alleen nog maar kernel panics. Er vanuit gaande dat de laatste leverancier te goeder trouw verkocht, is de conclusie duidelijk. De iBook is een ka-uu-tee-computer.
Waardeloze rommel. Je gaat bijna geloven dat ze die dingen zó maken dat ze na drie, maximaal vijf jaar, kapot gaan.
Ik ben zo over de zeik dat ik er twee belangrijke nieuwsfeiten van deze week een beetje voor laat zitten.
Verheugend nieuws. Dat van de twee miljoen smartphones in in Nederland er minder dan 200.000 een iPhone zijn (minder dan tien procent), maar dat ze de helft van het website-bezoek voor hun rekening nemen.
Hilarisch nieuws. Dat Microsoft de term 'netbook' wil vervangen door 'low cost small notebook pc'. Ja, dat ligt lekker de mond. Dat rolt zó van de tong af. Wat een prutsers daar in Redmond.
Het is maar goed dat ik ze daar in Cupertino op het moment nog grotere prutsers vind. Met hun gammele iBooks, met flodderige videoverbindingen, afbrokkelende moederborden en slechtgesoldeerde AirPort Extreme-kaarten.
Dat is hoogstwaarschijnlijk het probleem van mijn iBook van eind 2005 en het is op te lossen met een stukje papier dat de kaart aanduwt. Hé Apple! Ik repareer jullie geavanceerde iBook met een stukkie papier! Ik moet wel! Want jullie doen net alsof deze gebrekkige constructie niet bestaat!
Half jaren negentig kwam Apple met de PowerBook 5300, lang beschouwd als de slechtste Mac ooit, mede dankzij Acer, die hem bouwde, en Sony, die de zelfontbrandende accu’s leverde. Apple schaamde zich zo voor het prul dat ze hem terugtrokken, de eigenaars zeven jaar garantie gaven (later afgekocht door de mogelijkheid hem in te ruilen tegen een Wallstreet) en bijna een jaar lang geen notebook konden leveren.
Ik zou nu zeggen, Apple, schaam je dood. De 5300 is overtroffen. Ik nomineer de iBook voor de slechtste Mac ooit.
|