10-09-2009
Eerste levensbehoefte
Mijn kinderen willen regels voor het computergebruik in huis. In plaats van mijn gezicht zien ze meestal het Apple-logo op mijn MacBook.
Ik geef het toe, ik heb een obsessieve relatie met mijn computer. Eén van de eerste dingen die ik doe als ik thuiskom, is het ding openslaan en mijn mail lezen. Daarna bezoek ik mijn favoriete sites en als ik daarmee klaar ben, ga ik wat doelloos rondsurfen. Of anders blader ik door de mappen met tienduizenden foto’s en wis de bewogen, onscherpe of nauwelijks van een ander verschillende opnamen.
Als ik niet als eerste in de ochtend, in een vrije periode of na thuiskomst het trackpad kan beroeren (ik ben me bewust van de Freudiaanse connotatie) blijf ik onrustig.
Mijn Mac is mijn eerste levensbehoefte. Het is treurig, ik weet het. Pc’s doen me niets, ook al heb ik al dagen geen computer aangeraakt. Maar zogauw ik een Mac zie, moet ik er achter, moet ik eraan zitten.
Het is ziek. Om mezelf een beetje te beperken, mag ik alleen zonder netstroom werken, zodat ik maximaal twee uur afwezig ben. Maar gedurende die tijd ben ik er ook compleet mee versmolten. O, het vooruitzicht van een gloednieuwe MacBook met vijf uur accutijd!
Is er dan niets belangrijker dan een Mac? Het is een gerechtvaardigde vraag, want op het moment dat ik dit schrijf (dinsdag 8 september) zit ik in Negombo (Sri Lanka) al twee dagen op mijn koffer te wachten. Het is warm, zelfs zo warm dat de plaatselijke bevolking erover klaagt. Het is het einde van de moesson, dus de luchtvochtigheid bedraagt 95 procent. In mijn koffer zaten al mijn spullen. Mijn kleren, mijn muggenolie, mijn zonnebrandolie factor 50, mijn digitale spiegelreflexcamera, mijn opladers, mijn toilettas, cadeautjes, mijn backup-schijf en al die andere onmisbare dingen op vakantie (tie-wraps, ducktape, ziplock-zakjes).
Ik kan online een ticket kopen en inchecken, een hotel reserveren in Sri Lanka, een chauffeur bestellen die me naar mijn hotel brengt, maar een respectabele luchtvaartmaatschappij is niet in staat mijn koffer te bezorgen, noch mijn klacht daarover anders dan met een persoonlijk bezoek aan het hoofdkantoor te behandelen.
Maar ja, boos worden heeft geen zin. Daarvoor is het te warm. Zo warm zelfs dat de plaatselijke bevolking erover klaagt. En daarbij: het kan me ook niet schelen dat ik al vier dagen in dezelfde kleren loop, dat er muggenbulten op mijn lijf staan die knokkelkoorts kunnen betekenen, dat ik mijn tanden met een ieniemienie reistandenborstel moet poetsen, dat mijn schoenen beginnen te meuren, dat mijn nek is verbrand en dat ik mijn haar was met iets waarvan ik hoop dat het shampoo is en geen massageolie, kakkerlakkengif of iets voor de intieme delen van vrouwen. Want ik had mijn MacBook gewoon keurig in mijn trolley zitten.
Lekker de hele dag met de Mac in de weer en niemand die erover klaagt.
|