|
|
|
|
| Auteur |
Bericht |
Gerard Voshaar

|
Een versmalling van 60%, zo schatte ik. Maar ik had natuurlijk eerst ‘wat knap’ moeten zeggen. Mijn dochter kwam thuis met een volleybal-oorkonde met een kopregel die tussen de klauwen van een typografische draaibank terecht was gekomen. Je zag de worsteling van de maker om het woord ‘volleybaloorkonde’ zo groot mogelijk op één regel te krijgen. En dus meende hij of zij er goed aan te doen om een groot lettercorps te combineren met een wááánzinnig versmallingspercentage. Met als resultaat dat het belangrijkste woord nagenoeg onleesbaar is.
Het fijne van typografie is dat er standaardregels zijn waar je vaak blind op kunt varen. Houd je je daaraan, dan sla je in ieder geval geen typografisch modderfiguur. De meeste mensen zijn wel in staat om aan te voelen dat een tekst ‘slecht leesbaar’ is, maar kunnen niet aangeven waar ’m dat nou precies in zit.
‘De letters moeten groter’, hoor ik vaak. Maar meestal ligt het daar juist niet aan. Tussen de honderden factoren die de leesbaarheid van een tekst bepalen, neemt de interlinie (regelafstand) een top 10-positie in. Met wat meer witruimte tussen de regels, vliegt je oog al een stuk lekkerder over een tekst. Ja echt, zo simpel is het. Wit is het geheim van de smid.
Maar om terug te komen op de versmalde tekst op de oorkonde: het fors samenknijpen van een woord (meer dan 12%) is de doodsteek voor de leesbaarheid ervan. Zit je krap in de ruimte en valt er niets meer in te korten? Gebruik dan een condensed versie van een lettertype. Hierbij heeft de letterontwerper het font opnieuw getekend in een versmalde ‘setting’ zodat de verhouding van de lettervormen intact blijft.
0 Reacties
5619 keer bekeken
|
| 2010-05-06, 23:54 |
|
|