Ja, jongens en meisjes, de politiek. Veiligheid op straat, beter onderwijs en meer van die open deuren. Gelukkig ben ik meer van het kleine leed. Apostroffen die verkeerdom staan bijvoorbeeld, dat is pas erg. Ik heb in de krant tijdenlang
's-Hertogenbosch zien staan. Totdat ik het niet meer kon aanzien, en de krant heb verwittigd van deze typografische malheur. Binnen een paar dagen stond de apostrof weer netjes als een negentje. Uiteraard ontving ik de dagen daarna zákken met post van lezers die mij uitvoerig dankten voor deze waardevolle interventie.
Maar er zijn ergere dingen inderdaad. Het afkappen van films op tv bijvoorbeeld. Op het moment dat je de aftiteling verwacht, dondert de zender je subiet in een reclameblok. Aan de andere kant: in de bioscoop kappen de meeste bezoekers de film vrijwillig af. Hoeveel mensen zie je nog zitten op het moment dat het Dolby-logo in beeld verschijnt? Ja ha, alleen ik zit er dan nog. En mevrouw Voshaar natuurlijk.
En nu kom ik zowaar in de buurt van ‘mijn onderwerp’. Een film, ook een vakantiefilm, heeft een begin en een eind. Met iMovie schud je in een handomdraai wat gecentreerde tekstjes over de eerste beelden van je film. Het hoort erbij, maar erg veel eer valt er niet aan te behalen, zo luidt vaak de redenering. Maar dat is een misvatting.
In de laatste vijftig jaar zijn titelschermen uitgegroeid tot een discipline van toegepaste kunst waar je eigenlijk niet meer omheen kunt. Gewoon wat titels en credits op het scherm kwakken, bwoah, dat kan eigenlijk niet meer. In de aanloop van een film heb je te maken met ‘de verwachtingsvolle kijker’. Is het wat of wordt het niks? De filmmaker en de titelontwerper hebben maar een paar schamele minuten om de kijkers op het puntje van hun stoel te krijgen. Hoe moeten de bewegende beelden en letters in elkaar grijpen?
In het begin van deze eeuw speelde ik ooit met het idee om een titelschermenfestival te organiseren. Maar tussen denken en doen gaapte een te g...
[ Meer... ]