
Het is een stokoude discussie: wat is kunst en wat niet. Vandaag de dag kun je mensen nog steeds shockeren door te vertellen dat er al bijna honderd jaar een
pisbak als kunst in het museum staat. Maar de insiders weten natuurlijk allang dat alles kunst is. Daar is dan weer geen kunst aan.
Zou je denken.
Het Museum of Modern Art in New York zag deze maand toch nog kans om de boel wat op te poken. Wat was het geval? Het museum maakte
officieel bekend dat ze het apenstaartje hebben toegevoegd aan hun permanente collectie. En het aardige is dat de ‘acquisition’ van de @ voor de verandering helemaal niets heeft gekost.
Maar waarom kocht het museum dan niet de letter ‘Q’ aan of de ampersand (&)? Eigenlijk is dat heel simpel uit te leggen. Het eeuwenoude @-teken deed rond 1885 zijn intrede op de toetsenborden van typemachines en betekende zoiets als ‘at the rate of’. In de twintigste eeuw raakte het karakter echter in onbruik. Tot in 1971. In dat jaar bedacht programmeur
Ray Tomlinson de basis van het e-mailsysteem zoals we dat nu kennen. Om berichten van de ene server naar een andere te sturen, had hij een e-mailadres met een speciaal karakter nodig. En wat leende zich beter dan de @ die maar een beetje zat weg te stoffen op al die toetsenborden.
Anno 2010 zou je kunnen zeggen dat Tomlinson de @ een nieuwe betekenis heeft gegeven. En dat is een van de belangrijkste criteria die kunstmusea hanteren. De @ van Tomlinson is een moderne ‘readymade‘ à la het urinoir van
Marcel Duchamp. Net zoals de verf op een doek op een gegeven moment geen verf meer is, maar een voorstelling met een nieuwe dimensie. En net zoals de Cube van Apple (ook
onderdeel van de MoMA-collectie) geen computer is, maar toonbeeld van een lifestyle.
Kortom: de @ voldeed simpelweg aan de criteria die het MoMA aan kunst en design stelt. Bovendien was hij beschikbaar, gratis en... goed voor een flinke bak pr.