Parttime technobeet

Met mijn 56 jaar ben ik een gevaar voor mezelf en de maatschappij. Het maakt niet uit dat ik op mijn 26ste kennismaakte met de Mac en al achttien jaar columnist van MacFan ben; vijftigplussers zijn de sukkelaars die hun smartphone door hun kinderen laten instellen, in phishing-mails trappen (euh, slecht voorbeeld) en volledig medewerking verlenen aan de Microsoft Helpdesk. Tja, ik zag gisteren in de supermarkt een tachtigplusser relaxt swipen op haar iPhone, maar vooruit, leve de generalisering. Ik koos voor een Mac omdat ik zo weinig mogelijk met de technische kant van computers te maken wil hebben, mij een digibeet noemen gaat me te ver.

Toch is de kans klein dat ik ooit mijn deuren zal openen met mijn smartphone, dat ik de verlichting in mijn huis bedien met een app, of alle huishoudelijke apparatuur vervang door een slimme koelkast, een slimme oven of een slim koffiezetapparaat. Ik heb wel een ‘slimme meter’ die mijn energieverbruik bijhoudt, maar die staat in de autistenstand.

Muziek thuis luister ik ook nog steeds vanaf cd’s of mijn iTunesbibliotheek en onderweg in de auto via bluetooth vanaf mij iPhone. Geen Apple Music, geen Spotify, geen Netflix of Videoland. En een smart-tv komt er eenvoudigweg niet in. Geen AppleTV, geen Chromecast, geen Nest, geen Toon. Niet omdat ik het niet snap, maar omdat ik nog tegen de privacyvoorwaarden en big data aanhik, omdat fabrikanten te licht nadenken over bescherming tegen hackers en omdat ik het raar vind dat altijd allerlei apparaten moeten aanstaan. Een iPad als afstandsbediening en/of de tv ingeschakeld om een nummer over te slaan, tja…

Ik lijk wel een technobeet. Parttime, dan wel. Technologie brengt de wereld in marstempo vooruit: de smartphone heeft in vijf jaar meer gedaan voor de ontwikkelingslanden dan honderd jaar missionarissen en zendelingen en vijftig jaar ontwikkelingshulp. Maar voor alles een technologische oplossing? Maar moet je het licht echt via https aan- en uitdoen? Een online dekbed? Een auto met zes scancamera’s op het dak om te controleren of iemand zijn parkeertijd wel betaald heeft?

Ik schrijf deze column op een moment dat mijn internetverbinding maar 1 Mbps van de gebruikelijke 70 tot 120 Mbps (van de maximale 150) haalt. De betrouwbaarheid van je ISP, ook al een reden om zometeen even naar de winkel te fietsen, in plaats van een bestelling bij een webwinkel te plaatsen.

@Nouwja 

2 REACTIES

  1. Ik stoor me een beetje aan het woord ‘digibeet’. En na het lezen van dit stukje ook aan ‘technobeet’. De woorden zijn bedacht/onstaan met een knipoog naar ‘analfabeet’ – iemand die niet kan lezen en schrijven. Sommige mensen denken dat een ‘digibeet’ dan iemand is die niet zoveel snapt van digitale zaken.

    Maar, dat negatieve (het niet goed zijn), zit ‘m bij ‘analfabeet’ volgens mij in het voorvoegsel ‘an-‘, en niet in de lettergreep ‘beet’, wat een vervoeging is van ‘beta’, waar het woord alfabet van is afgeleid.

    Dus, hoe creatief ook, laten we woorden die de uitgang ‘beet’ gebruiken om het negatief te maken, niet meer gebruiken. Deze woorden lijken spitsvondig, maar illustreren het omgekeerde.

    • Ik ben me bewust van de morfologie van het woord digibeet. Ik heb er zelfs in een eerder column aandacht aan besteed. Ik denk dat ons Maurice ‘digitale analfabeet’ afkortte tot deze monstruositeit. En in die lijn maakte ik er technobeet van. Het is een column. Dan mag dat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

*